Onderzoekster Christine Cocquyt van de Nationale Plantentuin van Meise is gespecialiseerd in de allerkleinste plantjes. Ze onderzoekt immers al dertig jaar diatomeën of kiezelwieren. Deze eencelligen vormen de basis van de voedselketen en produceren bijzonder veel zuurstof, levensbelangrijk voor de planeet.
Ze is heel blij met de massa's stalen die de ploeg plantkundigen, waarvan ze de coördinatrice is, van de expeditie kon meebrengen. De Belgische en Congolese wetenschappers verzamelden niet alleen 1222 hogere planten, maar ook 750 monsters van korstmossen, 380 van kiezelwieren, 400 van zwammen en 140 van myxomyceten (slijmzwammen).
"We waren vrijwel de eerste wetenschappers die in dit deel van de stroom naar kiezelwieren zochten. Naar alle verwachting moeten we hier totaal onbekende soorten ontdekt hebben." Maar ze moet nog wachten tot de lente van 2011 om haar hoop bevestigd te zien. Nu is al één ding zeker: er is een soort slijmzwam gevonden, die tot nu alleen in Brazilië bekend was. De lagere planten – en vooral de kiezelwieren – zijn wel heel klein, maar toch zijn het heel belangrijke bio-indicatoren.
"Als we in de toekomst de waterkwaliteit van de Congo willen opvolgen, moeten we de kiezelwieren beter leren kennen. Wanneer een omgeving fysisch-chemische veranderingen ondergaat, kunnen ook de soorten wijzigen. Dit kan de hele voedselketen hoger dan de planten beïnvloeden". Ze ziet nog een veelbelovende uitdaging: "Tijdens de expeditie hebben we uitstekend met de Congolese plantkundigen samengewerkt. In vind het heel nuttig om hiermee verder te gaan zodra het onderzoekscentrum voor biodiversiteit in Kisangani operationeel is."